Wij volgden de sint Antoniesdijk, de middeleeuwse stad uit, om aan te komen bij het sint Antonies gasthuis waarvan de stichtingsdatum vóór 1387 moet liggen. Het werd gesticht door de hospitaalorde der Antonieten die een remedie hadden tegen het sint Antoniesvuur ofwel ergotisme. Dat was een heftige aandoening die veroorzaakt werd door een eenzijdig dieet met door schimmel aangetaste rogge. De dijk ontleende mogelijk zijn naam aan dit gasthuis.


Toen tussen 1425 en 1450 het Singel werd gegraven kwam het Sint Jorishof, waar van oudsher melaatsen werden opgevangen, binnen de stad te liggen en kwam er een ruilhandel met het sint Antonies gasthuis dat nog buiten de omwalling lag. De melaatsen vertrokken naar de sint Antoniesdijk en het sint Jorisgasthuis nam alleen nog proveniers op. Proveniers kochten zich voor een eenmalig bedrag in en genoten vervolgens levenslang kost en inwoning. Het Sint Antonies gasthuis werd vanaf dit moment Leprozenhuis genoemd.

Door de Tweede Uitleg, eind 16e eeuw, kwam het Leprozenhuis zelf binnen de stadsmuren te liggen en toen in 1635 het pesthuis, ver buiten de stad, werd gebouwd (naast de plek waar nu het voormalige Wilhelmina gasthuis staat) nam het Leprozenhuis, naast proveniers ook ‘onnozelen’ en ‘krankzinnigen’ op. Het complex werd nu ook het Lazarushuis genoemd.

Rond 1654 kochten de Oudezijds Huiszittenmeesters een stuk van de tuin van het Lazarushuis direct naast hun pakhuizencomplex, de begin 17e eeuw gebouwde stadsturfpakhuizen. Zij bouwden hier het Oudezijds Huiszittenhuis, nu de Academie van Bouwkunst.
In 1859 besloot de stad het Lazarushuis te slopen. Door de halstarrigheid van één provenierster, die elke regeling weigerde, duurde het tot 1865 voor er gesloopt kon worden. Na de sloop verrezen op die plek het politiebureau J.D. Meijerplein en het physiologisch laboratorium.
Toen in 1967 het Mr. Visserplein werd aangelegd zijn deze gebouwen eveneens verdwenen.

